8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Algemeen
Omschrijving
Dit programma gaat over de beleidsvelden ruimtelijke ordening, grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) en wonen.
Wat willen we?
Ruimtelijke ordening (Wonen) Wij willen voldoende woningen realiseren voor huidige en toekomstige generaties, met bijzondere aandacht voor starters, gezinnen, senioren en andere doelgroepen die moeilijk een passende woning kunnen vinden. Daarom versnellen we de woningbouw in alle kernen en zorgen we voor een goede mix van woningtypen, prijsklassen en woonvormen. We stimuleren innovatieve woonconcepten en doorstroming op de woningmarkt en voeren regie op ruimtelijke ontwikkelingen, zodat woningbouwopgaven voortvarend, haalbaar en zorgvuldig worden gerealiseerd. We stimuleren levensloopbestendige woningen en nieuwe woonvormen zodat ouderen en zorgbehoevenden langer zelfstandig wonen. Daarbij zorgen we voor een goede balans tussen betaalbaarheid, leefbaarheid, bereikbaarheid en een groene leefomgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zoeken we steeds de balans tussen woningbouw, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en groen. Openbare ruimte Nieuwe woningbouwontwikkelingen dragen bij aan leefbare, veilige en groene buurten met voldoende ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen. Wij willen een openbare ruimte die schoon, veilig, groen en toegankelijk is voor iedereen. Daarom investeren we in een klimaatbestendige leefomgeving met meer groen, water, schaduw en ruimte voor ontmoeting, spelen en bewegen. We bewaken daarbij de balans tussen bebouwing, natuur en leef kwaliteit en hebben aandacht voor biodiversiteit, dieren en de karakteristieke uitstraling van onze gemeente. Door bewuste keuzes te maken in inrichting, beheer en onderhoud zorgen we voor een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte die aansluit bij de behoeften van inwoners en tegelijkertijd betaalbaar en duurzaam beheersbaar blijft.
Ontwikkelingen
De komende jaren staan in het teken van de verdere implementatie van de Omgevingswet en de stapsgewijze uitwerking van het omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Daarnaast vraagt de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting om een actievere gemeentelijke rol bij het programmeren van woningbouw, het realiseren van voldoende betaalbare woningen en de huisvesting van aandachtsgroepen. De gemeente is verplicht om daarvoor een Volkshuisvestingsprogramma op te stellen.
De druk op de fysieke leefomgeving neemt verder toe door de samenloop van opgaven op het gebied van woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit, natuurherstel en waterbeheer. Deze ontwikkelingen vragen om integrale ruimtelijke afwegingen en intensieve samenwerking met woningcorporaties, ontwikkelaars, maatschappelijke partners, provincie en regio. Daarbij wordt de beschikbare ruimte steeds schaarser en neemt de complexiteit van gebiedsontwikkelingen toe. Ook externe factoren hebben een toenemende invloed op de haalbaarheid en planning van ruimtelijke ontwikkelingen. Zo kunnen de stikstofproblematiek en de daarmee samenhangende eisen rondom vergunningverlening gevolgen hebben voor woningbouw- en infrastructuurprojecten. Het kabinet heeft in 2026 maatregelen aangekondigd om vergunningverlening weer op gang te brengen en meer ontwikkelruimte te creëren, maar de uitwerking en juridische houdbaarheid daarvan zullen de komende jaren bepalend zijn voor de uitvoeringspraktijk. Daarnaast vormt netcongestie een groeiend aandachtspunt. De beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet kan gevolgen hebben voor woningbouw, bedrijvigheid en de energietransitie. De invoering van het maatschappelijke prioriteringskader biedt meer mogelijkheden om woningbouwprojecten voorrang te geven bij de verdeling van schaarse netcapaciteit, maar neemt de bestaande capaciteitsknelpunten niet weg. Vroegtijdige afstemming met netbeheerders wordt daardoor steeds belangrijker.