In de voorbereiding op deze meerjarenbegroting zijn de risico’s geïnventariseerd en geactualiseerd. In het hieronder weergegeven overzicht zijn de risico's gepresenteerd met de grootste netto impact; dat wil zeggen effect x kans groter dan € 250.000.
Risico Bedragen x € 1.000 | Kans op voordoen van risico | Financieel gevolg (maximaal) | |
1 | Niet realiseren geraamde opbrengstwaarde grondexploitaties | *1 | 3.890 |
2 | Aantrekken en behouden van personeel | 70% | 1.750 |
3 | Algemene uitkering wijkt af van de begroting | 50% | 2.200 |
4 | Verbonden partijen | 70% | 1.500 |
5 | Bylandse brug | 30% | 2.000 |
6 | Verduurzaming gemeentelijk vastgoed | 50% | 1.000 |
7 | Voortgang hervormingsagenda | 20% | 2.900 |
8 | Wachtgeld wethouders | 30% | 1.460 |
9 | Onderhoudskosten door grondroeringen nutsbedrijven | 50% | 800 |
10 | Dividendinkomsten deelnemingen | 50% | 758 |
11 | Sociaal domein / Jeugd / WMO | 50% | 750 |
12 | Tekort I-deel/ BUIG | 50% | 552 |
13 | Uitval ICT-systemen | 50% | 500 |
14 | Aangescherpte ramingen / budgetoverschrijdingen | 50% | 500 |
Opmerking:
*1: Voor de grondexploitaties is een separate risico-inventarisatie en -analyse uitgevoerd. De uitkomst daarvan is opgenomen in deze tabel, vandaar dat hiervoor geen kans is opgenomen.
Ontwikkeling weerstandsvermogen
In de jaarstukken 2025 is de laatste stand van de risico's opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit in de jaarstukken bedroeg € 7,5 miljoen. Dit is in deze begroting toegenomen naar € 8,7 miljoen, met name als gevolg van enkele nieuwe risico's die wij zien ontstaan.
In onderstaande paragraaf is de analyse op basis van de inzichten per augustus 2025 opgenomen. Vervolgens is een specifieke toelichting opgenomen op de grootste risico's.
Marktontwikkelingen en weerstandsvermogen
De economische en financiële vooruitzichten onderstrepen de noodzaak van een stevig weerstandsvermogen. De meest recente augustusraming 2026 van het CPB bevestigt dat de economie weliswaar gematigd groeit, maar dat aanhoudende inflatie en stijgende overheidsuitgaven de financiële ruimte onder druk blijven zetten.
Hoewel de inflatie geleidelijk stabiliseert, dragen gemeenten nog altijd de gevolgen van de achterblijvende indexering uit het gemeentefonds (waaronder het niet-gecompenseerde inflatietekort uit 2024-2025). Dit leidt tot een structureel nadeel op de begroting, terwijl de kapitaal- en exploitatiekosten hoog blijven.
Daarnaast blijven krapte op de arbeidsmarkt en de aanpak van schijnzelfstandigheid (wet DBA) zorgen voor stijgende personeelskosten en inhuurrisico's in cruciale domeinen. Tegelijkertijd zorgt de aanhoudende druk op de koopkracht van huishoudens voor een hogere claim op gemeentelijke voorzieningen, schuldhulpverlening en het sociaal domein.
Deze cumulatie van hogere lasten, schaarse capaciteit en een structureel krapper financieel kader (het ravijnjaar effect) vergroot het financiële risicoprofiel van onze gemeente. Het vraagt om een scherpe prioritering, het actief beheersen van risico's en het behoud van voldoende weerstandscapaciteit om onverwachte tegenvallers op te kunnen vangen.
Toelichting op risico's
1. Grondexploitaties (lopende)
Uit een recente risicoanalyse van de grondexploitaties blijkt dat het totale risicoprofiel van de grondexploitaties is berekend op € 3.890.000. Ten opzichte van het risico in de jaarstukken 2025 (€ 2.081.000) betekent dit een toename van € 1.809.000.
Dit risicoprofiel van afgerond € 4 miljoen bestaat onder andere uit risico’s die worden veroorzaakt door projecten die zich in de beginfase van de ontwikkeling bevinden, zoals Businesspark 7PoortII en Vestersbos. In deze fase zijn nog veel onzekerheden en kunnen risico’s in de toekomst plaatsvinden. Risico’s waar we geen grip op hebben zoals kostenstijging en vertraging in de gronduitgifte worden daarom meegenomen in het risicoprofiel. Met name het risico op hogere kostenstijging is van belang voor de toename van het totale risicoprofiel in de 1e helft van 2026. Geopolitieke omstandigheden zorgen voor onzekerheid over materiaalprijzen en de hoogte van de rente en zorgen daarmee voor een toename van het risicoprofiel.
2. Aantrekken en behouden gekwalificeerd personeel
Zoals opgenomen in de CPB raming blijft de arbeidsmarkt krap. Het gevolg hiervan zien wij terug in het risico in vacatures die langere tijd open staan en soms zelfs niet in te vullen zijn. Met name bij bouwen & wonen, ruimtelijke ordening en sociaal domein staan vacatures open.
Om het noodzakelijke werk op te kunnen leveren, zetten wij van personeel van derden in (inhuur). Het uitgangspunt is dat de kosten van inhuur binnen de formatieve budgetten blijft. De krappe arbeidsmarkt en stijgende inflatie leiden tot stijgende lonen. De hogere lonen leiden tot hogere kosten voor inhuur.
Mocht er ook geen inhuur beschikbaar zijn, dan kan het risico zich voordoen dat geplande activiteiten niet uitgevoerd kunnen worden. Een geplande activiteit niet meer of anders uitvoeren zal ook tijd en geld kosten. Hierbij kun je denken aan extra kosten voor communicatie en kosten voor alternatieve plannen en verantwoording.
Als maatregel voor dit vraagstuk hebben wij ingezet op de ontwikkeling van aantrekkelijke werkgever. We werken aan de doorontwikkeling naar een moderne en professionele organisatie. Gelet op het belang en onze ambitie hierin vervult Zevenaar een bestuursrol in het P&O-netwerk / werken in Gelderland. In de begroting zijn budgetten opgenomen om een aantrekkelijkere werkgever te worden, aangevuld met budget voor recruitment om daarmee de afhankelijkheid van inhuur te beperken en meer te kunnen ontwikkelen. De maatregelen beperken dit risico enigszins.
Als grondslag voor het bepalen van het risico gebruiken wij de geraamde salarislasten als basis. Het risico bepalen wij op 5% van de geraamde salarislasten en bedraagt daarmee € 1,8 miljoen met een kans van 70%.
3. Algemene uitkering
De jaarlijkse verhogingen of verlagingen (het accres) van het gemeentefonds zijn onzeker. Zeker sinds de invoering van het nieuwe stelsel, waarbij gemeenten compensatie ontvangen op basis van de ontwikkeling van het BBP die niet gelijk is aan de inflatieontwikkeling voor het grootste deel van de kosten. Als de economie stagneert, maar de inflatie hoog blijft zullen zal dit een tekort tot gevolg hebben. Dit is de afgelopen jaren het geval door onder de oorlogen die er zijn. Het risico is bepaald op 2,2 miljoen, dit is 2% van 109 miljoen.
4. Verbonden partijen
De totale jaarlijkse bijdrage van onze gemeente aan verbonden partijen is 30 miljoen. Het risico bestaat dat verbonden partijen in een bepaald jaar een hogere bijdrage nodig hebben dan begroot. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan bij onverwachte tegenvallers in hun exploitatie. Ook zit er een financieel gat tussen de werkelijke benodigde indexatie bij verbonden partijen en hetgeen wij ontvangen van het Rijk. Omdat de verbonden partijen in hoofdzaak niet beschikken over een eigen weerstandsvermogen, worden deze tegenvallers in rekening gebracht bij de gemeente. Door de huidige economische situatie is de kans groter dat er tekorten ontstaan bij verbonden partijen, die zij niet zelf kunnen opvangen. Daarbij zien we ook het risico van de beperkte directe sturingsmogelijkheden van de gemeente op de bedrijfsvoering en beleidsuitvoering van de verbonden partij.
5. Bylandse brug
De Bylandse brug verkeert in slechte staat en moet op (korte) termijn vervangen worden. Het wegvak over de brug is openbaar en de brug is in particulier eigendom van de steenfabriek Tolkamer. De eigenaar stelt dat hij wel eigenaar is maar niet onderhoudsplichtig. De gemeente stelt dat de particuliere eigenaar onderhoudsplichtig is omdat zij in het verleden en nog steeds onderhoud uitvoert. Het risico bestaat dat de gemeente als onderhoudsplichtige wordt aangemerkt en dus ook de kosten voor vervanging op zich moet nemen. In het meerjareninvesteringsplan voor vervanging van kunstwerken is met deze vervanging geen rekening gehouden. De kosten voor vervanging worden geraamd op € 1.500.000 tot € 2.000.000. De kans dat de gemeente volledig opdraait voor vervanging schatten we nu in op 30%.
6. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Als onderdeel van het integraal accommodatieplan is een financiële doorrekening gemaakt van nu nog € 20 miljoen aan verduurzamende maatregelen voor het gemeentelijk vastgoed. Dit gaat om investeringen in verduurzaming van bestaande bouw en vervangende nieuwbouw in een tijdshorizon van de komende 20 jaar. Wij schatten in dat een afwijkingsrisico van 25% aanwezig is omdat dit op kengetallen is gebaseerd.
Ervan uit gaande dat we op termijn via de kadernota/begroting de investeringsbedragen beschikbaar krijgen, zien wij een risico van zo’n 5 miljoen dat extra investeringen nodig zijn. Het bedrag van € 5 miljoen heeft betrekking op de totale investering voor de komende 20 jaar. Deze totale investering wordt niet in één keer aangevraagd maar jaarlijks een deel op basis van een investeringsprogramma. Voor de risicoberekening gaan we uit van een periode van 4 jaar. We houden rekening met een risico van € 1 miljoen (20miljoen x 25% = 5 miljoen / 5). De kans is 50%.
7. en 11. Sociaal domein
Algemene ontwikkeling
De prognose voor het gebruik van jeugdzorg en Wmo is gebaseerd op de werkelijke uitgaven, verhoogd met de verwachte ontwikkelingen in prijs en aantal cliënten. Wij zijn hierbij afhankelijk van factoren die buiten onze invloedssfeer liggen. Een andere factor die buiten onze invloedssfeer ligt is de beschikbaarheid van zorg. De beschikbaarheid staat onder druk, waardoor inwoners niet gelijk kunnen worden geholpen. Hierdoor bestaat het risico dat alternatieve (tussentijdse) zorg ingezet moet worden. Daarnaast hebben ook niet voorspelde demografische ontwikkelingen invloed op de gerealiseerde kosten. In de monitor sociaal domein wordt u geïnformeerd over de ontwikkelingen in de huidige jaar.
Als algemeen risico wordt op basis van het huidige kostenniveau voor de gemeente Zevenaar een bedrag van € 750.000 aangehouden.
Hervormingsagenda jeugd
In januari 2026 heeft de commissie van Ark in het kader van de hervormingsagenda een tussentijds onderzoek uitgevoerd. De Hervormingsagenda Jeugd is noodzakelijk, maar op zichzelf onvoldoende om de problematiek in de jeugdzorg het hoofd te bieden. Dat concludeert de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in het rapport ‘Groeipijn’.
Ter versteviging van de toegang hebben wij een voorstel opgenomen. Deze moet bijdragen aan de doelstellingen van de hervormingsagenda en de uitgaven in het sociaal domein aan dure en complexe zorg te beperken. In de mei en septembercirculaire hebben wij compensatie ontvangen over de afgelopen jaren. In de voorjaarsnota zijn door het rijk wel aanpassingen gedaan, waarmee de financiële onzekerheid vanaf 2028 is toegenomen. Dan worden middelen vervangen door maatregelen. Deze moeten door wetgeving mogelijk worden gemaakt en gezien de ervaring met het verleden en het huidige kabinet blijft de onzekerheid hoog. Naar verwachting levert de deskundigencommissie voor 1 februari 2027 een tweede tussenrapportage op. Voor het advies zijn twee hoofdvragen opgenomen. De eerste is hoe beoordeeld de commissie de houdbaarheid van het jeugdzorgstelsel, in het bijzonder inhoudelijk, bestuurlijk en financieel. Dit leidt tot de 2de hoofdvraag welk zwaarwegend advies de commissie, de verschillende partijen die een rol spelen in de hervormingsagenda, geeft.
In relatie tot de hervormingsagenda, eigen bijdrage en compensatie houden wij rekening met een risico van 5% van het saldo van de bestedingen in programma 6, zijnde 3 miljoen. De kans dat de onzekerheden dit negatieve effect hebben schatten we in op 20%.
8. Wachtgeld wethouders
Om de huidige wethouders te beschermen tegen de gevolgen van werkloosheid na het wethouderschap geldt een wachtgeldregeling. Na het wethouderschap ontvangt een wethouder een Appa-ontslaguitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dit is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Waarom het wethouderschap beëindigd is hierbij niet van belang; het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden. De specifieke aanspraak en omvang kunnen pas worden bepaald op het moment dat zich dit voordoet.
9. Hogere onderhoudskosten door grondroeringen van nutsbedrijven
In verband met de energietransitie renoveren en vergroten nutsbedrijven hun netwerk van kabels en leidingen. Onder meer in Babberich, Giesbeek en Pannerden gaan projecten en uitbreidingen van start.
Met maximale inzet wordt de planning van gemeentelijke projecten afgestemd op de planningen van de werkzaamheden door de nutsbedrijven. Dit lukt niet altijd met als gevolg degeneratie (verval) van wegen met hogere onderhoudskosten als gevolg. Bijkomend risico is de aanwezigheid van asbest in de grond. Met het verwijderen van asbest zijn hoge kosten gemoeid en een geschil kan ontstaan wie voor deze kosten opdraait. We schatten het totale risico hiermee in op € 800.000.
10. Dividend deelnemingen
We ramen in de begroting dividendinkomsten van Alliander, Ataro en BNG. Het risico bestaat dat dividendinkomsten lager uitvallen, bijvoorbeeld door tegenvallende bedrijfsresultaten.
12. Tekort I-deel/ BUIG
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen. Het risico van het tekort op het BUIG-budget fluctueert. Vanaf 1 januari 2025 is het wijzigingsbesluit in werking getreden om gemeenten met grote tekorten op hun BUIG-budget meer te compenseren. Met dit wijzigingsbesluit wordt de vangnet Participatiewet uitgebreid voor gemeenten die meerjarig te maken hebben met tekorten van 5% of groter. Voor onze gemeente is de eigenrisicodrempel verlaagd naar 5%.
Dat zou betekenen dat ons maximale tekort voor 2027 uitkomt op € 1.167.000, uitgaande van het geraamde budget voor 2027 en een maximaal tekort van 7,5%. Wij hebben in onze begroting reeds geraamd een tekort van € 615.000. Per saldo is het risico maximaal € 552.000 en 50% .
13. Uitval ICT-systemen
Een storing in de ICT-omgeving heeft directe gevolgen voor de continuïteit van gemeentelijke dienstverlening. Denk hierbij aan het tijdelijk niet beschikbaar zijn van systemen voor burgerzaken, vergunningverlening, sociale dienstverlening en interne bedrijfsvoering. De kwetsbaarheid van de ICT-infrastructuur wordt versterkt door beperkte personele capaciteit, krapte op de arbeidsmarkt, afhankelijkheid van externe leveranciers en een achterblijvende innovatiekracht.
Wij schatten het risico in op een financiële impact van € 500.000 met een waarschijnlijkheid van 50%. Deze inschatting is gebaseerd op een scenario waarbij systemen enkele dagen niet beschikbaar zijn door een technische storing of een cyberincident. In het geval van een ransomware-aanval kunnen de kosten aanzienlijk hoger uitvallen door herstelwerkzaamheden, aanvullende beveiligingsmaatregelen, juridische en bestuurlijke verantwoording en reputatieschade.
Ontwikkelingen
Volgens het meest recente dreigingsbeeld van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) neemt de kans op incidenten zoals ransomware, phishing en verstoringen bij leveranciers toe. Gemeenten worden opgeroepen om hun digitale weerbaarheid structureel te versterken. De doorontwikkeling van de Regionale ICT-Dienst (RID), het cyberweerbaar maken van medewerkers en het versterken van de I-organisatie dragen bij aan het beheersbaar maken van dit risico op de lange termijn.
14. Aangescherpte ramingen / budgetoverschrijdingen
Als gevolg van de financieel onzekere situatie waarin gemeenten zich bevinden en de daarop gemaakte keuzes is onze begroting gevoeliger geworden voor onvoorziene omstandigheden en onverwachte ontwikkelingen. We zijn genoodzaakt om risicovoller te ramen. In het kader van de indexatie zijn in deze begroting alle budgetten zorgvuldig langsgelopen. Evenwel blijft er een risico bestaan op budgetoverschrijdingen. Waar dit toe zal leiden is onbekend en betekent een risico in onze begroting.
Risico's van omvang niet opgenomen bij de toprisico's
In de bovenstaande beschouwing zijn de toprisico's beschreven op basis van financiële impact. De afgelopen jaren hebben ons laten zien dat er grote risico's op ons af komen. Waar de kans klein van is, maar de impact groot of waar de gemeente niet direct financieel voor verantwoordelijk is.
Droogte/regenval
Perioden van droogte of grote regenval komen steeds vaker voor, zo ook deze zomer. In de afgelopen jaren zijn door de lage grondwaterstand problemen met woningen in onze gemeente ontstaan. Hoewel dit risico niet direct financieel is voor de gemeente, heeft onze gemeente wel zorgplicht naar zijn inwoners. Ambtelijke en bestuurlijke capaciteit wordt beschikbaar gesteld om onze inwoners te ondersteunen. Waar nodig worden ook beperkte budgettaire aanvragen gedaan. De invloed die wij als gemeente op dit vraagstuk hebben is beperkt, maar wij dragen bij aan de globale doelstellingen waar nodig en mogelijk. De kans van dit risico wordt dus steeds groter, maar de impact blijft beperkt. Hierdoor staat deze niet in het overzicht met toprisico's.
Grondposities
In de afgelopen periode zijn meerdere stappen gezet om grondposities te verwerven om op langere termijn woningbouw en bedrijventerreinen te ontwikkelen. De raad heeft in 2025 meerdere voorstellen behandeld om grondaankopen mogelijk te maken. Het risicoprofiel zal daardoor de komende jaren toe nemen.
