De belangrijkste risico’s voor de gemeente die samenhangen met de uitvoering van de treasuryfunctie bestaan uit renterisico's. Deze worden getoetst aan twee normen. Dit zijn:
- De kasgeldlimiet. Deze geeft het maximale bedrag aan dat een gemeente aan vlottende financieringsmiddelen (looptijd korter dan één jaar) mag opnemen;
- De renterisiconorm. Hiermee wordt het renterisico op de vaste schuld (looptijd vanaf één jaar) in beeld gebracht.
De ontwikkelingen van deze renten lichten wij hieronder nader toe.
1) De kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan 1 jaar). Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico met zich meebrengt, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Het is dan ook van belang dat de grote potentiële beweeglijkheid van de rentelasten op korte financiering gedurende het begrotingsjaar beheerst wordt. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan 1 jaar de aangewezen oplossing.
De hoogte van de kasgeldlimiet is afhankelijk van de omvang van de lopende uitgaven.
De kasgeldlimiet voor de gemeente Zevenaar voor 2027 is berekend op 17,5 miljoen en is gelijk aan 8,5% van de begrotingsomvang. Dit percentage is vastgesteld in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Uitvoeringsregeling Fido, art 2, lid 1b). Het begrotingstotaal per 1 januari 2027 is € 205,8 mln (inclusief de begrotingstotalen van de Gemeenschappelijke Regelingen de RDL (Reinigingsdienst De Liemers) en het SALD (Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg).
Als drie kwartalen achtereen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet (volgens artikel 4 van de Wet Fido) de provincie als toezichthouder hiervan op de hoogte worden gebracht. Daarnaast moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring aan de toezichthouder voorgelegd worden.
Renterisico kort geld
De rentelasten van kort geld (kasgeldlimiet) hangen samen met de ontwikkeling van de Euribor. In onderstaande twee grafieken is het verloop van de Euribor in de afgelopen jaren en het verloop van 2026 weergegeven.


Sinds 2022 bevindt het kortlopende renteniveau (referentierente: 3-maands Euribor) zich weer ruim boven de 0%. Na een sterke stijging vanaf 2022, werd de piek in 2024 bereikt. Vervolgens daalt het niveau weer door ingrijpen van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit korte renteniveau staat hoofdzakelijk onder invloed van het monetair beleid van de ECB. De ECB heeft als primaire taak om de inflatie te bestrijden. Zij houdt als streefwaarde voor de inflatie 2% aan. Vanaf juni 2024 tot op heden heeft de ECB sinds lange tijd de rente van het depositotarief in fases verlaagd van 4% naar 2%. In juni 2026 is deze voor het eerst weer verhoogd naar 2,25%. Door de gestegen energieprijzen als gevolg van de onrust in het Midden-Oosten, blijft de inflatie voorlopig hoger dan gewenst. De renteverhoging dient om te voorkomen dat prijsstijgingen zich verder verspreiden.
De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot hogere energieprijzen en jaagt daarmee de inflatie aan. De ECB verwacht in haar nieuwe raming dat de inflatie in het eurogebied dit jaar op 3% uitkomt, en daarna geleidelijk daalt tot 2% in 2028. Deze ramingen zijn gebaseerd op de huidige verwachting voor energieprijzen. Als de oorlog anders verloopt dan nu voorzien, kan de inflatie hoger of lager uitvallen. Vooralsnog is de verwachting voor de korte rente dat deze gelijk blijft, tot licht stijgend.
Renterisico lang geld, renterisiconorm
De gemeente Zevenaar gaat in principe uit van totaalfinanciering. Op basis van de behoefte wordt lang geld aangetrokken. Het geld wenden wij met name aan om activa te financieren. In de gemeente Zevenaar schrijven wij activa lineair af en hier wordt met het langlopende geld bij aangesloten.
Voor nieuw vast te stellen grexen/voorbereidings- of grondaankoopbudgetten wegen wij per keer af of er projectfinanciering toegepast wordt. Vanaf 2025 passen we dit toe op de grondexploitatie Businesspark 7Poort II.
Voor het bepalen van de rentelasten voor de begroting nemen wij het volgende uitgangspunt als basis:
Rentelasten van langlopend geld zijn gebaseerd op een lening bij de BNG met een looptijd van 20 jaar, waarbij de rente tussentijds niet wordt aangepast. Voor de begroting wordt de ontwikkeling van de rente in de eerste 6 maanden van het jaar gehanteerd.
In onderstaande grafiek staat het verloop van de rente in de afgelopen jaren opgenomen (stand 23-7-2026).

De inflatie in 2026 schommelde het eerste half jaar in 2026 tussen de 2,4% en 3,5%. In juni daalde deze weer tot 2,9%. Economen voorzien dat de inflatie zich langzaam zal stabiliseren richting de 2%, al zorgen geopolitieke spanningen voor onzekerheid op de financiële markten. De oorlog in Oekraïne blijft risico's opleveren voor de energievoorziening en grondstofprijzen in Europa. Tegelijkertijd leidt de instabiele situatie in het Midden-Oosten tot extra onzekerheid over de olie- en gasprijzen. Deze ontwikkelingen kunnen de inflatie opnieuw aanwakkeren wanneer energieprijzen verder stijgen.
De verwachting is een gelijkblijvend niveau van de lange rente in de komende periode.
2) Renterisiconorm
Bij de renterisiconorm gaat het om het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente voor de rentelasten. Aanpassing van de rentepercentages doet zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in, dat een vervangende geldlening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande geldleningen te kunnen voldoen. Bij renteherziening gaat het om het aanpassen van het rentepercentage door de geldgever tijdens de looptijd van de geldlening.
Bedragen x € 1.000 | |||||
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | ||
Rente | |||||
1a | Renteherzieningen (leningen) | - | - | - | |
1b | Renteherzieningen (leningen u/g) | - | - | - | |
2a | Aflossingen (leningen) | 8.205 | 8.229 | 7.675 | 12.335 |
2b | Aflossingen (leningen u/g) | 1.094 | 1.209 | 1.123 | 1.089 |
3 | Renterisico | 9.299 | 9.438 | 8.798 | 13.424 |
Renterisiconorm | |||||
Begrotingstotaal | 199.358 | 171.937 | 180.814 | 167.156 | |
Bij ministeriële regeling vastgesteld | 20% | 20% | 20% | 20% | |
4 | Renterisiconorm | 39.872 | 34.387 | 36.163 | 33.431 |
Renterisico's | 9.299 | 9.438 | 8.798 | 13.424 | |
Ruimte (+) / overschrijding (-) | 30.573 | 24.949 | 27.365 | 20.007 |
